← Terug naar kennisbank

19 juni 2026 · drs. Mark van Manen

Diastemata bij paarden: van herkenning tot behandeling

Achter elk diastema zit een kiezenrij die zijn balans heeft verloren. De ruimte zelf is niet het probleem. Het is het gevolg. En zolang dat onderscheid niet gemaakt wordt, blijft behandeling symptoombestrijding.

Endoscopisch beeld van een diastema bij een paard met voedselhoping en ontstoken tandvlees tussen twee aangrenzende kiezen

Door: drs. Mark van Manen

Laatste update: 21 juni 2026

Diastemata bij paarden: van herkenning tot behandeling


Een diastema is nooit zomaar een opening tussen twee kiezen. Dit artikel beschrijft hoe diastemata ontstaan, wat er in de mond gebeurt nadat ruimte is ontstaan, hoe ze worden beoordeeld en behandeld, en welke rol voeding speelt in het behoud van een behandelresultaat.

Wat zie je eigenlijk?

Wat is een diastema?

Bij elke kauwbeweging werken tanden en kiezen onder continue belasting. Ze bewegen bijna onzichtbaar tijdens het opvangen van kauwkrachten en functioneren als een geïntegreerde eenheid. Wanneer kiezen in een rij niet meer strak aansluiten en er een opening ontstaat tussen twee aangrenzende kiezen, spreekt men van een diastema (enkelvoud) of diastemata (meervoud).

In een gezonde kiezenrij zorgt onderlinge druk (arcadecompressie) ervoor dat kiezen strak op elkaar aansluiten. Voer wordt continu gemalen en afgevoerd, als op een lopende band van de eerste naar de laatste kies. In een diastema verandert dit. Een deel van de vezels wordt bij iedere kauwbeweging dieper tussen de kiezen gedrukt, niet af en toe maar duizenden keren per dag.

Dat voer kan niet weg. Het bederft, verzuurt, irriteert het tandvlees en veroorzaakt pijn en ontsteking. Een proces dat zelden vanzelf tot stilstand komt als het eenmaal begonnen is.

De afwijkende tussenruimte is zelden de kern van het probleem. Het is vrijwel altijd het gevolg van iets dat al langer speelt. Veranderingen in slijtage, belasting, kiesstand, -vorm of -verankering zorgen ervoor dat de samenhang in de kiezenrij verandert. Pas dan ontstaat ruimte, en pas daarna volgen voerophoping, pijn en ontsteking.


Wat merkt een eigenaar?

Diastemata worden vaak laat herkend. Dat heeft twee oorzaken: paarden zijn prooidieren en maskeren pijn, en de vroege verschijnselen zijn subtiel. De meest zichtbare signalen doen zich pas voor wanneer de ontsteking al enige tijd aanwezig is.


  • Nare geur uit de mond
  • Trager of selectiever eten
  • Voerproppen maken of smeren
  • Vreemde tong- of mondbewegingen
  • Gevoeligheid bij aanraken van het hoofd
  • Scheefheid of ongemak tijdens het rijden
  • Eenzijdig kauwen
  • Lange tijd: geen zichtbare klachten


De afwezigheid van duidelijke symptomen betekent niet dat er niets aan de hand is. Diastemata worden regelmatig gevonden bij paarden zonder aanwijsbare klachten, terwijl de schade aan de steunweefsels en het tandvlees al aanzienlijk is.


Waarom behandelen alleen vaak niet genoeg is

Het moment waarop een diastema zichtbaar en pijnlijk wordt, is zelden het begin van het probleem. Het is het punt waarop een onderliggend proces zichzelf begint te versterken.

Reiniging van de ruimte, vermindering van ontsteking en het verlichten van acuut ongemak zijn noodzakelijk, maar onvoldoende als de vraag waarom die ruimte is ontstaan niet beantwoord wordt. Bij veel paarden is een diastema geen losstaand defect, maar het gevolg van een geleidelijke verandering in hoe kiezen samenwerken.

  1. Voerophoping leidt tot ontsteking van het tandvlees
  2. Ontsteking tast het steunweefsel aan
  3. Verminderd steunweefsel verlaagt het vermogen om kauwkrachten op te vangen
  4. De kies kan daardoor iets meer gaan bewegen tijdens belasting
  5. Die beweging vergroot opnieuw de voerophoping en weefselschade

Als dan alleen behandeld wordt wat zichtbaar en pijnlijk is, stabiliseert de situatie tijdelijk, maar blijft het onderliggende mechanisme intact. Het risico: klachten die terugkeren, ontsteking die chronisch wordt en verdere afname van het steunweefsel.

Een complete beoordeling maakt onderscheid tussen wat nu pijn doet, wat het probleem heeft veroorzaakt en wat het in stand houdt.


Hoe ontstaat een diastema?

De gezonde kiezenrij als systeem

Een paardengebit is altijd in beweging. Kiezen functioneren als een eenheid van zes elementen in een rij. Ze vangen grote krachten op, bewegen subtiel mee en blijven stabiel door onderling contact. Die stabiliteit is niet statisch. Kiezen slijten, maar erupteren ook gedurende het gehele leven van het paard. Dat die twee processen in balans zijn, is een van de voorwaarden voor een functionele kiezenrij.

Wanneer kiezen in een gezonde rij licht tegen elkaar aangedrukt staan, spreekt men van arcadecompressie. Die onderlinge druk is essentieel: het voorkomt dat ruimte ontstaat. Dental drift, de geleidelijke verplaatsing van kiezen, draagt normaal gesproken bij aan het gesloten houden van de kiezenrij gedurende het leven.


Factoren die ruimte laten ontstaan

Een diastema bij paarden ontstaat zelden door één oorzaak. Het is vrijwel altijd een combinatie van factoren die samen de arcadecompressie doen afnemen.

Factor 1: Kiesmorfologie
Niet alle kiezen hebben een normale kroonvorm. Afwijkingen in breedte en contactvlakken bepalen hoe goed kiezen op elkaar aansluiten. Met het ouder worden wordt de kroon smaller in alle richtingen, wat stabiel kiescontact bemoeilijkt.

Factor 2: Stand en positie
Kanteling of rotatie van een kies, ook bij normale vorm, beïnvloedt hoe krachten worden opgevangen en hoe aangrenzende kiezen op elkaar aansluiten binnen de rij.

Factor 3: Slijtage-eruptie-disbalans
Wanneer slijtage en eruptie niet meer in evenwicht zijn door asymmetrie of afwijkende onderlinge stand van kiezenrijen, veranderingen in kieshardheid of het wegvallen van een kies, verandert de drukverdeling in de rij.

Factor 4: Arcadecompressie
Wanneer een combinatie van bovenstaande factoren samenkomt, kan de onderlinge druk veranderen. Pas dan wordt het mogelijk dat er daadwerkelijk ruimte tussen kiezen ontstaat.

Een diastema is het zichtbare gevolg van een systeem dat langzaam uit balans is geraakt.


Van ruimte naar parodontitis

Zodra ruimte ontstaat, verandert er iets fundamenteels. Vezels worden bij iedere kauwbeweging dieper tussen de kiezen gedrukt. In eerste instantie raakt het tandvlees geïrriteerd. Dit stadium heet gingivitis: een ontsteking van het tandvlees. Na verloop van tijd trekt het tandvlees zich terug en verzwakt de verbinding tussen tandvlees en kies. Hierdoor kunnen bacteriën en irriterende stoffen makkelijker in het steunweefsel terechtkomen en voor verdere schade zorgen.

Wanneer de situatie voortduurt, breidt de ontsteking zich uit naar het diepere steunweefsel rond de kies. Dit stadium heet parodontitis. Vanaf dat moment verliest het steunapparaat geleidelijk stevigheid. De kies kan iets meer gaan bewegen tijdens belasting, wat opnieuw voerophoping veroorzaakt en het steunweefsel mechanisch overbelast.

De grootte van het diastema verandert daarbij niet per se, terwijl pijn, ontsteking en gevoeligheid wel toenemen. Niet de ruimte zelf bepaalt de ernst van het probleem, maar de duur van de voedselhoping, de samenstelling van het voer en de schade die daardoor in het steunweefsel ontstaat.


Hoe wordt een diastema beoordeeld?

Omdat het ontstaan en behandelen van een diastema een samenspel is van verschillende factoren en processen, is het belangrijk om hier tijdens het onderzoek duidelijk overzicht in te krijgen. Bij EQDent wordt veel aandacht besteed aan het beoordelen en ontrafelen van deze factoren om tot een passend behandelplan te komen.


De eerste vraag is: wat maakt dit paard gevoelig voor het ontstaan van diastemata? Sommige factoren zijn onlosmakelijk verbonden met het individu. De vorm van de kiezen, de stand van de kiezenrij, de verhouding tussen slijtage en eruptie. Leeftijd speelt hierin een belangrijke rol. Naarmate een paard ouder wordt, worden de kronen smaller. Bestaande kwetsbaarheden in het kiescontact worden daardoor zichtbaarder en de kans op ruimtevorming neemt toe. Dit zijn factoren die het systeem gevoelig maken, maar die vaak niet volledig te corrigeren zijn. Ze bepalen wel hoe gevoelig het paard blijft voor terugval.


Daarnaast is er de vraag wat het diastema actief in stand houdt. Bij gevorderde standsafwijkingen, rotatie van kiezen of diastemata met ventielwerking, waarbij voedsel makkelijk naar binnen beweegt maar moeilijk weer vrijkomt, wordt voer onder belasting actief tussen de kiezen gedrukt in plaats van afgevoerd. Die ontsporing van de lokale krachtverdeling is een factor die in elk behandelplan meegenomen moet worden. Behandeling richt zich daarom niet alleen op de ontsteking of de ruimte zelf, maar op het herstellen van de omstandigheden waaronder voedselhoping kan verminderen.


Hoe lang de situatie al bestaat, bepaalt in grote mate wat er inmiddels is beschadigd. Aanhoudende voedselhoping veroorzaakt irritatie, waarna ontsteking ontstaat. Parodontale pockets kunnen zich vormen, het steunweefsel kan aangetast raken en in sommige gevallen worden ook harde tandweefsels of de tandkas zelf betrokken. Op dat punt speelt niet alleen voedselhoping nog een rol, maar ook de mobiliteit van de betrokken kies. Die mobiliteit vergroot de krachtverdeling verder en versterkt de voedselhoping. Het stadium van deze schade bepaalt in belangrijke mate hoe de behandeling wordt opgebouwd en wat er realistisch verwacht kan worden.


Tot slot: zodra een diastema eenmaal aanwezig is, kan het zichzelf blijven versterken. Pijn leidt tot een aangepast kauwpatroon. Dat patroon kan de voedselhoping elders in de kiezenrij verergeren. Ontsteking herstelt moeilijker naarmate ze langer aanwezig is. Voeding speelt in dit geheel een versterkende of juist beperkende rol, niet als oorzaak van het diastema, maar als factor die het proces kan versnellen of vertragen.


Welke van deze lagen het zwaarst weegt, verschilt per paard en per diastema. Dat onderscheid bepaalt de behandelopbouw.

Hoe wordt een diastema behandeld?

Behandeling als combinatie van maatregelen

Een diastemabehandeling bestaat zelden uit één ingreep. Het gaat om een combinatie van maatregelen: het verwijderen van voedselhoping, het voorkomen van nieuwe ophoping, het herstellen van stabiel kiescontact en het laten herstellen van tandvlees en steunweefsel. Welke stap het belangrijkst is, verschilt per diastema.

Diastemata lossen klinisch zelden op met één behandeling. Bij de meeste gevallen zijn meerdere behandelingen nodig. Omdat er vaak predisponerende factoren zijn die het paard verhoogd gevoelig houden voor het opnieuw ontstaan van diastemata, is periodieke controle en zorg essentieel.


Reiniging

De eerste stap is altijd het volledig verwijderen van voer dat tussen de kiezen vastzit. Dat materiaal kan diep in het tandvlees en het steunweefsel gedrukt zijn en moet volledig worden verwijderd voordat herstel kan beginnen. Dit gebeurt bij EQDent mechanisch met instrumenten en met spoelen, onder endoscopische controle, omdat voerdelen in kleine diastemata zonder endoscoop makkelijk gemist kunnen worden.

Pas na volledige reiniging wordt duidelijk hoe het tandvlees en het steunweefsel er werkelijk aan toe zijn. Vanwege de pijn die het verwijderen van voer uit ontstoken weefsel veroorzaakt, is adequate pijnstilling en sedatie een belangrijk onderdeel van de procedure.


Krachtverdeling herstellen

De krachtverdeling tussen de kiezen wordt bepaald door de samenwerking van de kiezenrijen tijdens het malen. De kiezenrij is een dynamisch systeem. Veranderingen in belasting, slijtage en tandverplaatsing kunnen een diastema laten ontstaan, maar in bepaalde gevallen kan dat proces ook geheel of gedeeltelijk worden omgekeerd wanneer de onderliggende biomechanica wordt gecorrigeerd.

Odontoplastiek, het corrigeren van kiesvorm en kauwvlak, is in veel gevallen even belangrijk als de reiniging zelf. Het doel is altijd hetzelfde: normaal contact tussen de kiezen herstellen, waardoor ruimtes kleiner kunnen worden en de kans op nieuwe voedselhoping vermindert.


Vorm van de ruimte aanpassen

Wanneer de vorm van een diastema voer blijft vasthouden, kan het noodzakelijk zijn het deel nabij het kauwvlak van de tussenruimte voorzichtig aan te passen. Het principe van deze ingreep is dat alleen de bovenste paar millimeters van de tussenruimte wordt verbreed, zodat voer er gemakkelijker overheen kan bewegen en minder ophoopt.

Endoscopisch beeld van een diastema met occlusale drukvermindering door diastema relief cut
Endoscopisch beeld van een aanpassing van de oppervlakte van een diastema


Dit is een ingreep met risico's. Omdat de gevoelige delen van kiezen (uitlopers van tandzenuwen) dicht bij deze ruimte kunnen liggen, kan te diep of verkeerd werken een wortelkanaal openen, met blijvende schade of verlies van de kies als gevolg. Deze ingreep wordt uitsluitend uitgevoerd onder stabiele omstandigheden en endoscopische controle.


Herstel van tandvlees en steunweefsel

Na reiniging en eventuele gedeeltelijke verbreding heeft het weefsel tijd nodig om te herstellen. Geregeld worden NSAID-pijnstillers ingezet, voor de pijnstilling en voor het ontstekingsremmende effect.

In sommige gevallen wordt een diastema tijdelijk beschermd met een oplosbaar en weefselvriendelijk vulmateriaal zodat het tandvlees kan herstellen. Deze materialen zijn tijdelijk en dienen binnen enkele weken gecontroleerd en verwijderd te worden. De keuze om blijvende vulmaterialen aan te brengen moet weloverwogen zijn: in sommige gevallen kunnen ze het sluiten van een diastema juist tegenwerken. Bij EQDent worden blijvende vulmiddelen terughoudend ingezet.


Wanneer extractie noodzakelijk is

Het doel van behandeling is altijd het herstellen van een zo stabiel mogelijke en pijnvrije kiezenrij. Soms is de schade aan een kies of het steunweefsel echter zo ver gevorderd dat herstel niet meer mogelijk is. Bij ernstige verplaatsing of rotatie van kiezen, waarbij de afwijkende tussenruimte niet effectief te sluiten is, kan extractie de beste optie zijn om pijn en ontsteking definitief op te heffen.

Extractie is geen mislukking van behandeling. Het is een definitieve stap om het systeem weer tot rust te brengen. Het verlies van een kies kan de vorming van nieuwe diastemata in aangrenzende tussenruimtes in gang zetten, wat langdurige monitoring vereist.

Voeding en management

Welk ruwvoer geef je een paard met diastemata?

Ruwvoerkeuze bij paarden met diastemata bepaalt hoe stabiel het resultaat van een behandeling blijft.

Gras is de beste keuze. Korte zachte vezels, neutrale zuurgraad, weinig kans op ophoping. Paarden met diastemata verbeteren zichtbaar op een grasdieet en verslechteren wanneer ruwvoer weer een grotere rol krijgt. Twee weken uitsluitend gras na behandeling is klinisch aantoonbaar effectief voor herstel van het parodontium.

Maar gras is niet altijd beschikbaar. Dan wordt de ruwvoerkeuze een relevante beslissing. Niet elk ruwvoer gedraagt zich hetzelfde tussen de kiezen. Droog hooi, haylage (licht geconserveerd en vacuüm verpakt gras met een hoger vocht- en zuurgehalte dan droog hooi) en kuil (silage) verschillen wezenlijk in vezelstructuur, zuurgraad en afbraaksnelheid. Die verschillen zijn bij diastemata direct relevant.

Vastgelopen voer fermenteert. Bacteriën breken het ingeklemde materiaal af en produceren zuren die het tandvlees en het steunweefsel irriteren. Hoe taaier de vezel en hoe langer die blijft zitten, hoe groter de schade. Haylage en kuil zijn door het conserveringsproces zuurder en hebben taaiere vezels dan droog hooi. Ze breken minder snel af, ook nadat ze zijn vastgelopen.

Ruwvoer bij paarden met diastemata: overzicht van risico en advies per voersoort

Vijf praktische aandachtspunten

1. Kies hooi boven haylage bij actieve problemen
Droog, zacht langstelig hooi met weinig suiker geeft de minste kans op fermentatieschade. Vermijd grof, stengelig hooi en producten als lucerne.

2. Week ruwvoer bij ernstige pijn
Geweekte senior brokken of grasbrokken hebben vezels die te kort zijn om vast te lopen. Tijdelijk bruikbaar, maar bij langdurig volledig gebruik als ruwvoervervanger is frequentere tandcontrole noodzakelijk.

3. Hooi uit plastic is geen droog hooi
Door het wikkelen van de baal kan de einddroging niet worden voltooid. Het watergehalte en de zuurgraad zijn daardoor hoger dan bij traditioneel gedroogd hooi. In de praktijk zit dit type hooi dichter bij haylage dan veel eigenaren beseffen.

4. Gebruik een hooinet met kleine maas
Een kleine maas dwingt het paard kleinere hapjes te nemen en langer te kauwen. Meer kauwbewegingen betekent meer speeksel, wat een bufferende werking heeft in de mondholte en lokale verzuring tegengaat.

5. Voeding corrigeert geen diastema
Maar verkeerde keuzes ondermijnen elke behandeling. Bespreek ruwvoerkeuze altijd als onderdeel van het behandelplan, niet als bijzaak.

Een behandeling brengt een systeem in een situatie waar genezing kan beginnen. De manier waarop een paard gevoerd wordt, bepaalt in belangrijke mate of en hoe lang die situatie behouden blijft en of de weefsels zich kunnen herstellen.

Bijsturen in de voeding bij diastemata vraagt altijd een afweging voor het gehele paard. Andere gezondheidsproblemen, gewicht, leeftijd en energiebehoefte bepalen mede welke keuzes haalbaar en verantwoord zijn.

Prognose, verloop en doorlopende zorg

Wat zijn realistische verwachtingen?

Een diastema is zelden een probleem dat met één behandeling definitief is opgelost. De prognose hangt af van oorzaak, stadium en de mate waarin de onderliggende mechanica gecorrigeerd kan worden.

Bij jongere paarden met voldoende dentale drift is de kans op sluiting van een diastema groter dan bij oudere paarden. Bij oudere paarden, waarbij de kronen smaller worden en drift afneemt, is de kans op blijvend herstel kleiner. Het doel verschuift dan van oplossen naar begeleiden en vertragen van progressie.


Factoren die de prognose beïnvloeden

Niet elk diastema heeft dezelfde prognose. De volgende factoren bepalen in belangrijke mate wat haalbaar is.

Gunstig: jong paard
Voldoende dentale drift aanwezig. Volledige sluiting is mogelijk als onderliggende factoren dat toelaten. Behandeling richt zich op het wegnemen van belemmering voor die drift.

Gunstig: vroeg stadium, alleen gingivitis
Parodontale schade beperkt tot het tandvlees. Herstel van weefsel is goed mogelijk na reiniging en aanpassing van krachtverdeling.

Ongunstig: gevorderd parodontaal verlies
Verlies van aanhechting van de kies aan het bot van de tandkas. Herstel is soms deels mogelijk, maar de situatie blijft gevoelig voor terugval. Beheer op lange termijn is noodzakelijk.

Ongunstig: rotatie of ernstige verplaatsing
Onregelmatige tussenruimte die niet effectief te sluiten is. Extractie is soms de enige definitieve optie.


Verloop na behandeling: wat eigenaren kunnen verwachten

Na behandeling van een diastema is een periode van herstel noodzakelijk voordat het effect beoordeeld kan worden. Herstel van de tandvleesafwijkingen vraagt doorgaans vier tot zes weken. Pas na die periode wordt duidelijk in hoeverre het weefsel zich herstelt.

Wat eigenaren kunnen observeren in de herstelperiode:

  • Vermindering van mondgeur
  • Verbeterd eetgedrag en minder selectief eten
  • Minder proppen of smeren met voer
  • Verdwijnen van gevoeligheid bij mondonderzoek
  • Stabielere en meer symmetrische aanleuning

Herstel is niet lineair. Terugkeer van voedselhoping in de eerste weken na behandeling is mogelijk, zeker als het weefsel nog herstelt en de tussenruimte nog aan het sluiten is.


Doorlopende tandheelkundige zorg

Paarden met diastemata vragen een ander controleritme dan paarden zonder diastemaproblematiek. Routinematige tandzorg op jaarbasis is voor deze paarden in veel gevallen onvoldoende. Onderstaande tussentijden zijn indicatief en afhankelijk van het individuele paard en de aard van de aangetroffen diastemata.


1. Vroeg in het traject: controle elke twee tot acht weken
Bij actieve ontsteking en na een ingrijpende behandeling is kortcyclische controle noodzakelijk. Het doel is beoordelen of het weefsel herstelt, voedselhoping te verwijderen en zo nodig aanvullend te behandelen.

2. Stabiele fase: controle elke drie tot zes maanden
Zodra de situatie is gestabiliseerd, is driemaandelijkse tot halfjaarlijkse controle doorgaans het juiste interval. Afwijkende slijtage (overgroei) komt bij veel paarden met diastemata voor en versterkt de problematiek door het ontstaan van abnormale lokale kauwkrachten. Regelmatige correcties zijn een structureel onderdeel van het beheer.

3. Geriatrische patiënten: verhoogde frequentie en aangepaste beoordeling
Bij oudere paarden nemen de kronen in omvang af en vermindert de arcadecompressie. Vroeg ingrijpen en aangepaste voedingskeuzes kunnen de kiezenrij jarenlang functioneel houden. De behandelaanpak wordt aangepast aan de beschikbare reservekroon.


Conclusie

Een diastema behandelen betekent meer dan de ruimte aanpakken. Het betekent begrijpen waarom die ruimte er is, wat het in stand houdt en wat nodig is om het systeem weer stabiel te krijgen. Soms is volledig verhelpen een realistisch doel, in andere gevallen is beheersen het hoogst haalbare. Dat vraagt een andere aanpak dan routinematige tandzorg. Het is precies die aanpak waar EQDent voor staat.


EQDent — Expertise · Aandacht · Zorg

EQDent Logo

Professionele paardentandheelkunde aan huis

NCED LogoNVVGP Logo

Algemene Voorwaarden

Privacybeleid

KvK: 98546546

CIBG: 140370

© 2025 EQDent. Alle rechten voorbehouden.

Diastemata bij paarden: van herkenning tot behandeling | EqDent